Verslag ANE College “Erfelijkheid van armoede” met Alex Schepel, Martin Pragt en Famke ten Brinke (donderdag 28 januari 2021 via ZOOM)
Meer dan honderd inschrijvingen voor een college over generatiearmoede toont aan dat het onderwerp leeft. “Generatiearmoede, armoede die van generatie op generatie doorgegeven wordt behelst meer dan alleen geldproblemen”, zo opende Famke ten Brinke het college. “Het gaat om wat er onder ligt. De uitsluitingsmechanismen. Armoedebeleid pak je mét de mensen aan en niet vóór de mensen.” Vanuit “Sterk uit Armoede” werkt men in een tandem constructie. Tweetallen waarbij een ervaringsdeskundige samenwerkt met een collega uit een ander werkveld. Vandaag leggen Famke ten Brinke en ervaringsdeskundigen Martin Pragt en Alex Schepel met zijn drieën uit wat het is om als kind in armoede op te groeien en welke patronen dat met zich meebrengt. En hoe je daar als hulpverlener het best mee om kan gaan.
“Ondanks dat ik succesvol was voelde ik mij nergens thuis”
Martin Pragt vertelt hoe hij in Drenthe geboren wordt in een gezin met ‘onthechte’ en ‘mislukte’ ouders. Zij trouwden uit noodzaak, niet uit liefde. Martin hechtte (ook) moeizaam. “Ik was een ‘loner’ die geen vriendjes naar huis durfde te nemen.” Zijn broertje overleed in zijn jeugd. En daar werd niet over gepraat. Zoals er over zoveel niet werd gepraat. Hij hield er lang bedplassen aan over. Martin startte een succesvolle carrière als acteur (o.a. Tommie uit Sesamstraat) maar kon nergens goed aarden. “Ondanks dat ik succesvol was voelde ik mij nergens thuis.” Toen hij besloot een opleiding voor ervaringsdeskundige te doen vielen de puzzelstukjes op zijn plaats en leerde hij praten over zijn schaamte en zijn onzekerheid en ontdekte hij dat hij van waarde is. Sindsdien doceert hij over wat het is om in armoede op te groeien en welke gevolgen dat kan hebben. “Globaal zou je kunnen zeggen dat kinderen die in armoede opgroeien vechten, vluchten of bevriezen.” Hij noemt een paar van zijn problemen zoals: niet met geld om kunnen gaan, niet thuis voelen, niet gewaardeerd voelen en niet durven hechten. Het geeft maar aan dat de gevolgen van generatiearmoede groot zijn en multidisciplinair. Door hierover te vertellen en organisaties bij te staan hoopt hij dat mensen met generatiearmoede problemen op een gelijkwaardige manier kunnen worden bij gestaan en de cirkel leren doorbreken. Zijn verhaal maakt veel los en er worden veel vragen gesteld in de chat.
Wat is het verschil tussen een ervaringsdeskundige en een vertrouwenspersoon?
Martin: “Een vertrouwenspersoon werkt op afstand en luistert. Een ervaringsdeskundige doet dat ook maar doet dat op basis van zijn ervaring. Hij luister met zijn hart en kan zich verbinden met het verhaal dat hij van de ander hoort. Vertrouwenspersoon moet het vertrouwen vaak nog winnen. Een ervaringsdeskundige heeft het vertrouwen en geeft het vertrouwen. Een vertrouwenspersoon hoeft niet vanuit gelijkwaardigheid te werken. Een ervaringsdeskundige doet dat wel altijd. Vertrouwens- personen krijgen vaak betaald vanuit het systeem waarin ze werken. Een ervaringsdeskundige krijgt vaak niet betaald.”
Wat bedoel je met ervaringswerk is een derde kennisbron?
Martin: “Bij Sterk uit Armoede gaan we uit van drie kennisbronnen die even belangrijk zijn. Dat zijn ‘Academische kennis’, ‘Praktijkkennis’ en ‘Ervaringskennis’. Die laatste is kennis vanuit het hart. Vergelijk een Gynaecoloog een Verloskundige (vroedvrouw) en iemand die gebaard heeft.”
Stel je hebt het vermoeden dat er sprake is van generatiearmoede. Hoe maak je dat onderwerp bespreekbaar als professional?
Martin: “Belangrijk is dat je jezelf ook op een bepaalde manier tot het probleem verhoudt. Ik heb tot mijn 17e in mijn bed geplast. Dat was een reactie op het overlijden van mijn broertje. En de onveiligheid die speelde. Ik durfde daardoor niet mee op schoolkamp. De rector van school zag dat er iets speelde en benaderde mijn ouders. Die legden uit dat ik mij schaamde voor het plassen in bed ‘s nachts. Mijn rector nam mij hierin serieus. Het resultaat was dat ik meeging en daarna nooit meer in mijn bed plaste. Dit kwam omdat ik werd gezien voor het eerst van mijn leven. Niet mijn probleem, maar ik werd gezien. Terugkomend op de vraag. Wees kwetsbaar. Leg de mensen uit dat je zo graag wilt helpen maar niet weet hoe. Vraag hen jou te helpen. Daarmee creëer je een menselijke maat en geef je de regie aan de ander.”
Alex: “Ik heb een aanvulling op dit bereiken van mensen met generatiearmoede. Als je iemand aan de deur komt laat het systeem dan buiten staat en ga als mens naar binnen. Stel je met je voornaam voor. Ga in eerste instantie het contact aan en creëer een relatie.”
Stel dat er multidisciplinaire problemen zijn. Hoe kom je dan tot de kern?
Alex: “Ook hier gaat het weer om de relatie en om vertrouwen. Als mensen bang zijn gestraft te worden vanuit het systeem dan sluiten ze zich af.”
Martin: “Het heeft vaak met gêne te maken dat je bepaalde dingen niet durft te vragen. Het is toch belangrijk dat je door je eigen gêne heen gaat. Wat je kan ondersteunen is het besef dat je het probleem op drie niveaus tegenkomt. En op drie niveaus ook oplossingen moet zoeken. In de eerste plaats het moet veilig zijn thuis, het gaat om een emotionele veiligheid. Voel ik me hier veilig en kan ik hier dingen in vertrouwen vertellen. Als je voor het eerst bij mensen komt neem dan bijv. geen papieren of tas mee. Dat alles staat tussen jou en de bewoner. Spreek met de mens. Het gaat om de relatie. Vanuit die relatie kun je vragen welke rol je kunt spelen voor de ander. Ik wil voor jou iets kunnen betekenen. Mag dat? Sta je me toe om mee te denken? Geef de regie aan diegene die je wilt helpen. Het tweede niveau is de schil om de mensen heen. De hulp die ze nodig hebben is die ook te bieden? Is er een voedselbank? Is er een kledingbank? Zijn er instanties waar ze terecht kunnen? En als derde gaat het om de schil daar weer om heen. De structurele kant van de zaak. De overheid is nog teveel de veroorzaker van de armoede. Dus als je daar vanuit de overheid zit is het goed om je dat te realiseren.”
“Samenvattend de eerste stap is elkaar leren kennen en een relatie opbouwen. De tweede stap is ingrijpen en de derde stap is veranderen.”
Als ik iemand spreek en ik noem mijzelf alleen bij mijn voornaam misleid ik de andere persoon dan niet als later blijkt dat ik ook met een bepaald doel vanuit de gemeente komt?
Alex: “Ik begrijp je vraag. En dat je vanuit het systeem vanuit de gemeente werkt. Ik zou me voor de gek gehouden voelen als je niet meteen zegt vanuit welke organisatie je komt. Maar het is wel heel belangrijk dat je aan de relatie werkt. Dus eerst even over het weer praten etc.. Of neem toch een ervaringsdeskundige mee.”
Martin: “Ik heb zelf een volgorde in mijn hoofd als ik met mensen in contact kom. Dat is eerst wil ik ruimte hebben voor mijn nieuwsgierigheid. Mag ik een gesprek met u hebben? Ik wil dat graag omdat ik deze functie heb. Ik wil u eerst graag leren kennen en dingen weten. En het is prima als dat uit je functionele nieuwsgierigheid komt. Wat is je intentie waarmee je komt? Wat wil je weten? Vaak ligt het oordeel of het probleem op de eerste plaats.”
Alex: “Ik voel het wel of mensen interesse tonen omdat ze iets gedaan moeten krijgen of omdat ze oprecht interesse hebben.”
Wat zijn voorbeelden van woorden die de ongelijkheid benadrukken?
Famke: “Dat zit hem soms ook in dat je bewust bent van hoe dingen kunnen worden opgevat. Er waren eens twee gegadigden voor een stageplek en ik melde dat er maar één van de twee mee kon doen. Toen vatte één van de jongens dit als een afwijzing op. Ik ben wéér niet goed genoeg. Hij wilde niets meer met me te maken hebben. Ik kan dan wel niet over ongelijkwaardigheid denken. Bij de ander kan dat diep zitten.”
Alex: “Precies! Ik denk wel snel in ongelijkwaardigheid. Ik doe aan zelfstigmatisering. Ik woonde in een wijk die bekend stond als armoedewijk. Mij was in geprent dat ik als dubbeltje geboren was en nooit een kwartje zou worden.”
“Ik moet die gelijkwaardigheid ook voelen. En durven aannemen. Wat dat schept ook verantwoordelijkheden. En durf ik die wel aan met mijn gebrek aan eigenwaarde? Met mijn onzekerheid.”
Woorden: achterstandswijk / doelgroep / laag niveau
Martin: “Ik ben allergisch voor: dat lossen we op. Want daarmee zeg je jij bent dom. Jouw probleem waar jij al je hele leven mee zit lossen wij even op. Als jij mijn probleem zomaar even oplost ben ik blijkbaar te dom om het op te lossen. Het gebruik van stellingen kan heel zeer doen. Het stellen van vragen hoeft dat niet te doen.”
Ervaringsdeskundigheid is echt een vak, nabijheid versus de afstand die een ambtenaar of welzijnswerker vaak heeft. Hoe kom je dichtbij?
Martin: “De systeemwereld wordt door mensen uit de belevingswereld als afstandelijk gezien. Het is iets waar we bij de opleiding tot ervaringsdeskundige ook veel naar gekeken hebben. Je moet zo dichtbij mogelijk komen. Vanuit het systeem wordt dat vaak als bemoeien met mensen hun privé leven gezien. Vanuit de ervaringswereld wordt dat niet zo snel als te dichtbij gezien.
Het zit hem niet in een neerbuigende houding maar in hoe je je verhoudt tot datgene wat je vertelt. Iemand die een bepaalde heftige situatie niet zelf heeft meegemaakt kan zich nooit gevoelsmatig dichtbij met die situatie verhouden. Dat voel je.
Het is de kunst, en dat maakt mede het verschil tussen het hebben van ervaringen en deskundig zijn, dat jouw emotie en jouw beleving niet voorop staan maar die van diegene waar het om gaat.”
Famke: “Precies! De professionaliteit van de ervaringsdeskundige. Over je eigen problematiek heen kunnen kijken.”
Hoe zit dat met schaamte? Komt dat pas later of voelen kinderen dat van jongs af aan al?
Alex: “Ik heb me nooit geschaamd. Ik wist niet beter. Tijdens de opleiding kreeg ik meer inzicht en ging ik naar het grotere geheel (de context) kijken.”
Martin: “Ik heb mij als kind wel geschaamd en alleen gevoeld. Dat had te maken met het bedplassen. Ik was enorm bang om beddenpisser genoemd te worden. Dus ik kreeg een heel groot geheim.”
Alex: “Ik merkte soms wel dat het bij vriendjes anders en luxer was, maar ik durfde dat thuis niet te zeggen. Ik wilde loyaal aan mijn ouders zijn.”
We kunnen tijdens dit college lang niet alles bespreken over het onderwerp generatiearmoede. Iets over de hardnekkigheid van de patronen:
Martin: “Een voorbeeld van de complexiteit wil ik graag delen. Mijn vader is geboren in Zuidoost Drenthe. Mensen trokken daar vaak weg en werden ergens anders succesvol. Er is eens onderzoek gedaan naar mensen die daarna weer terugkwamen. Zij vielen terug in hun armoedepatronen.”
Alex: “Ik timmer al best een tijdje aan de weg en ken inmiddels een hoop succesverhalen en toch merk ik dat ik altijd moet blijven oppassen niet in oude patronen terug te vallen. Altijd nog blijft er een stemmetje in mij dat zegt dat ik niet goed genoeg ben. Ik denk dat ik dat altijd zal blijven houden.”
“Ja die patronen herken ik ook. Ik kreeg onlangs een bon als kerstcadeau. Ik wist niet hoe snel ik hem wilde gebruiken. Dat was ik gewend. Als ik eindelijk wat kreeg wilde ik het meteen uitgeven. Eindelijk kon ik wat kopen. Mijn vrouw hield me deze keer tegen”, schatert Martin.
Zouden jullie wat kunnen vertellen over de onderzoeken die zeggen dat er een link is tussen armoede en allerlei andere problematieken?
Martin: “Wij spreken over vijf kloven waar je de aansluiting met de maatschappij dreigt te verliezen wanneer je te maken hebt met generatiearmoede. Ze hebben ook met gezondheid te maken. Mensen die structureel in armoede leven gaan zeven tot dertien jaar eerder dood. Mensen die met armoede te maken hebben, hebben veel minder woorden. Daardoor kunnen ze verbaal minder bereiken. Ook mentale en fysieke problemen kunnen een gevolg zijn.”
Famke: “Er worden op het ogenblik veel onderzoeken naar armoede gedaan.” Bijvoorbeeld naar de ontwikkeling van het brein bij voortdurende stress en naar armoede als veroorzaker van overerfbaarheid van psychiatrische problematiek.
Alex: “Ik herken de multidisciplinaire problematiek ook in mijn eigen situatie. Ik had zomaar een probleemgezin kunnen hebben. Ik heb armoede doorgegeven aan mijn kind. Ik heb mijn gedrag doorgegeven aan mijn kind. Bijvoorbeeld mijn slachtofferschap. Maar ook hoe te communiceren en hoe met elkaar om te gaan anders dan dingen op te lossen met je vuisten. Maar ook het omgaan met geld. Want zodra ik wat had, wilde ik het snel uitgeven voordat het van me afgepakt zou worden.”
Compilatiefilmpje met drie ervaringsdeskundigen over hun armoede als kind ter afsluiting
Famke: “We laten zo nog een compilatiefilm zien van ruim zes minuten met daarin drie ervaringsdeskundigen aan het woord over kinderarmoede. Een vechter, een vluchter en een bevriezer.”
Wil je het hele college nog eens terug zien kijk dan hier:
College “Erfelijkheid van armoede” gepresenteerd door het Amsterdams Netwerk Ervaringskennis (ANE) – YouTube
Youtube filmpjes:
Animatie sterk uit armoede – YouTube
Mini-documentaires kinderarmoede: Levenslang – YouTube
Sterk Uit Armoede Martin – Vluchten – YouTube
Wil je in Amsterdam meer doen met generatiearmoede of heb je nog vragen over het college neem dan contact op met het ANE: info@amsterdamsnetwerkervaringskennis.nl